Van Spaendonck MKB Banenmonitor

1e kwartaal 2018

Een e-mail bij een nieuwe update van de MKB Banenmonitor?

Banengroei in MKB houdt ook 1e kwartaal 2018 aan.

De vanaf 2014 ingezette groei in het MKB zet door. In 2018 zien we een groei van het aantal fte van 4,1% ten opzichte van vorig jaar. Daarmee blijft de werkgelegenheid in het MKB ook in het eerste kwartaal van 2018 verder stijgen.

De ontwikkeling van de arbeidsmarkt in het MKB van de afgelopen jaren wordt in onderstaande figuur grafisch weergegeven. De ontwikkeling betreft de procentuele groei/krimp in FTE’s ten opzichte van hetzelfde kwartaal het jaar daarvoor (verticale as). Op deze manier wordt er gecorrigeerd voor seizoensinvloeden en wordt de tendens zichtbaar.

De rode lijn geeft de ontwikkeling in het bruto binnenlands product (BBP) weer ten opzichte van het voorgaande jaar. Opvallend is dat vanaf het vierde kwartaal van 2015 de groei in het aantal FTE’s hoger is dan de groei van het BBP.

Ook in het eerste kwartaal van 2018 blijft de werkgelegenheid in het Nederlandse MKB verder stijgen.

Duidelijke verschillen in FTE-ontwikkeling per branche

Opvallend is dat de geestelijke gezondheidszorg en taxivervoer bovengemiddeld (meer dan 16,1%) zijn gegroeid.

De tweede grafiek laat zien dat er tussen de verschillende branches duidelijke verschillen bestaan. In maart 2018 was de gemiddelde FTE-ontwikkeling ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar 4,1%.

Opvallend is dat de geestelijke gezondheidszorg en taxivervoer bovengemiddeld (met meer dan 16,1%) zijn gegroeid in Fte’s ten opzichte van dezelfde periode van het voorgaande jaar. Ook de kinderopvang, groothandel AGF en gehandicaptenzorg zijn grote stijgers met meer dan 7,7%.

Regionale verschillen in het MKB

Alle regio’s laten groei in het aantal Fte’s zien ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De verschillen tussen regio’s verschillen, waarbij Flevoland wederom de grootste stijger is.

In Zeeland (2,9%), Groningen (3%) en Limburg (3,6%) is de groei het minst en is daarmee onder het gemiddelde. Daarentegen is de groei in de provincies Noord-Brabant (4,8%), Drenthe (5,1%) en Flevoland (5,4%) boven het gemiddelde.

Mobiliteit in de arbeidsmarkt


De 4,1% FTE-groei in het MKB in maart 2018 is het resultaat van 23,5% instroom en 19,4% uitstroom van werknemers gemeten in FTE’s ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Nieuwe toetreders en faillissementen zijn buiten beschouwing gelaten.

Van instroom is sprake als een werkgever een nieuw dienstverband is aangegaan met een werknemer. Ook is er sprake van instroom op het moment dat een werknemer meer is gaan werken. Van uitstroom is sprake als een medewerker niet meer in dienst is of als deze medewerker minder is gaan werken. Mensen die zijn gewisseld van werkgever worden dus zowel bij de in- als de uitstroom meegeteld.

Met een groeiende economie, neemt ook de dynamiek op de arbeidsmarkt toe. Meer bedrijven nemen mensen aan, meer mensen durven weer van baan te wisselen.

De 4,1% FTE-groei in het MKB in maart 2018 is het resultaat van 23,5% instroom en 19,4% uitstroom

Netto-ontwikkeling in- en uitstroom naar leeftijd en geslacht

De instroom in het MKB komt grotendeels uit de leeftijdsklasse van 15 tot 25 jaar.

De instroom in het MKB komt grotendeels uit de leeftijdsklasse van 15 tot 25 jaar. De uitstroom zie je met name in de leeftijdsklasse van 65 tot 75 jaar. Opvallend is dat uitstroom tussen 65 en 75 jaar voornamelijk door mannen wordt bepaald.

De netto-ontwikkeling (het verschil tussen de in- en uitstroom) in maart 2018 (t.o.v. maart 2017) wordt nader uitgesplitst naar leeftijd en geslacht, zoals te zien is in onderstaande grafiek. Op de horizontale as staan de leeftijdsklassen en op de verticale as staat per geslacht of er sprake was van een netto-groei of krimp.

In- en uitstroom naar leeftijd en geslacht

Flexibiliteit arbeidscontracten

In het 1e kwartaal van 2018 is het aandeel contracten voor bepaalde tijd verder gestegen naar ruim 32% en is er geen dip waarneembaar aan het begin van het jaar.

Het aandeel contracten voor bepaalde tijd is afgelopen 7 jaar langzaam gestegen van 22% naar ruim 32% in het Nederlandse MKB, zoals te zien is in onderstaande figuur. Dit wordt veroorzaakt door de flexibilisering van de arbeidsmarkt, waarbij meer behoefte is aan tijdelijke contracten.

De rode lijn geeft de stijging weer in het aantal bepaalde tijd contracten ten opzichte van hetzelfde kwartaal van het voorafgaande jaar. Vanaf 2016 is een duidelijke stijging waarneembaar.

Bij de herstellende economie is het eerst voor bepaalde tijd aannemen van nieuwe mensen een logische stap. Dat het aandeel bepaalde tijd contracten toch door blijft stijgen lijkt het gevolg te zijn van een groeiende behoefte aan flexibiliteit en mogelijk ook de Wet Werk en Zekerheid.

In het 1e kwartaal van 2018 is het aandeel contracten voor bepaalde tijd verder gestegen naar ruim 32%. Opmerkelijk is ook dat de jaarovergang 2017-2018 een ander patroon vertoont ten opzichte van eerdere jaren. Er is geen sprake van een sterke dip in het aantal flexibele contracten aan het begin van het jaar.

Beroepsbevolking werkzaam in het MKB

Op hoofdlijnen komen leeftijd en geslacht van de werknemers in het MKB overeen met de werkzame beroepsbevolking in Nederland. In de volgende figuur vindt u een grafische weergave van de leeftijd en geslacht verdeling van de werknemers uit de salarisdata. De werkgevers komen uit alle Nederlandse provincies, waarbij het aantal werknemers in verhouding is met de werkzame bevolking zoals deze door het CBS wordt gerapporteerd.

Methodologie

Wilt u precies weten hoe de Van Spaendonck MKB Banenmonitor is samengesteld?

Begin met typen en druk op enter om te zoeken